Thema 3 – Werkwoordstijden

Leren schrijven en vertellen in het heden en het verleden

Focus van dit thema

In dit thema leer je werken met werkwoordstijden. Je ontdekt wanneer je spreekt over wat nu gebeurt en wanneer je vertelt over wat al gebeurd is.

Cursus – Werkwoordstijden

Wil je de uitleg nog eens rustig bekijken? Hier vind je de volledige cursus van dit thema.

Kapstok
Stel jezelf altijd deze vraag:
  • Gebeurt het nu? Dan gebruik je de tegenwoordige tijd.
  • Is het al gebeurd? Dan gebruik je de verleden tijd.

Subthema’s

Thema 3.1 – Tegenwoordige tijd

Je leert hoe je zinnen maakt over wat nu gebeurt.

Start

Thema 3.2 – Verleden tijd

Je leert vertellen over wat vroeger gebeurde.

Start

Alles samen oefenen

Wil je eerst nog apart oefenen? Ga dan terug naar de subthema’s hierboven. Klaar om alles samen te oefenen? Start dan hieronder.

Werkwoordstijden – Alles samen

Oefen tegenwoordige tijd, verleden tijd en de dt-regel door elkaar.

Start gecombineerde oefening
Terug naar thema-overzicht